www.hullygully.nl

Boeken

ĎDe kermis achterna;

Van aapman tot spinnenvrouw

door Ed Schilders, 30 december 2004 in De Volkskrant:

Joseph Bodet, bijgenaamd 'de peetvader van de Belgische foor', was 'kijkwerk exploitant'. Tot het kijkwerk dat hij bedacht en waarmee hij op kermissen in binnen- en buitenland stond, behoren de aapman, weerwolven en de spinnenvrouw, maar de olifantman was zijn favoriet. Bodet kwam uit een echte kermisfamilie. Zijn overgrootvader stond al op jaarmarkten, en 'ging dan op nagels liggen, een man moest er met zijn voeten op staan'. Oma Bodet had een ander soort kijkwerk: ze las 'in de handen'. De jonge Joseph heeft zijn ouders nog geholpen met 'boniseren', het toespreken van het publiek. Bij de spinnenvrouw ging dat als volgt: 'Het heeft acht ledematen, geen menselijk lichaam. Aragnea is nu achttien jaar, een pracht van een meisje. Helaas, de ledematen zijn op poten beginnen te lijken, die zijn net zo behaard als een reuzenspin. Wij stellen ze u voor. Er zijn maar enkele plaatsen en wij beginnen aanstonds.'

De kermis achterna van Lauran Wijffels is als boek een even bonte verzameling als de kermis zelf. Wijffels portretteert personen die bij de kermis betrokken zijn, van de attractieontwerper tot de carrouselrestaurateur; bespreekt zijn favoriete kermisboeken; doet verslag van zijn bezoek aan kermissen van Samarkand tot Melbourne; en schetst de geschiedenis en het kermisgehalte van de bekendste attractieparken. Je zou bijna gaan denken dat er nergens ter wereld ooit een reuzenrad heeft gedraaid of Wijffels zat erin. Het hoofdstuk 'Tentoongesteld' is zo mogelijk nog gevarieerder: de vakbeurzen en kermisexposities die Wijffels in de loop der jaren heeft bezocht, de kleurrijke schilderijen van Gerrit Sol en de geschiedenis van de moeizame totstandkoming van het kermismuseum in Het Markiezenhof in Bergen op Zoom. In dit hoofdstuk vinden we ook de voorlopers van Joseph Bodet met legendarisch kijk werk, zoals de prachtige affiches van Adolph Friedlšnder, in 1997 onderdeel van een tentoonstelling in Teylers Museum. Friedlšnder werkte onder andere voor Carl Hagenbeck, die in de 19de eeuw als handelaar in uitheemse dieren was begonnen, maar later niet aarzelde naast leeuw en olifant ook de mens te vertonen. In 1875 stelde hij een complete familie uit Lapland tentoon, en na gebleken succes volgden NubiŽrs en Eskimo's. Op kermissen werd de nieuwsgierigheid naar het uitheemse vooral vertaald naar het afwijkende lichaam. Dikke dames, magere mannen, 'De schone Angora, koningin van alle getatoeŽerden', en madame Sleebus, de dame met de baard van 43 cm. Op een enkele verdwaalde vrouw zonder hoofd na lijkt de tijd van zulk veilig en vrolijk voyeurisme voorgoed voorbij. De neergang moet, zou je denken, zo ongeveer begonnen zijn nadat Joseph Bodet in 1964, 'als eerste', zegt hij trots, in Antwerpen de kermis opging met het kijkwerk dat hij 'striptease, volledige naaktheid' noemt. Nog even liep het storm, maar toen was alles vertoond en dus ook gezien.

Bron : Lauran Wijffels