www.hullygully.nl

Boeken

‘De kermis achterna; terugblik op een kwarteeuw attractieredactie’ (2004):

Kermis vieren doen ze in de hele wereld

Hij bezocht kermissen in Uzbekistan, Honolulu, Tenerife, Corsica, Vietnam. En natuurlijk ook dichter bij huis, zoals in Tilburg en Den Bosch. Journalist Lauran Wijffels uit Tilburg schreef een blader-, kijk- en leesboek over het fenomeen dat hem zo fascineert. 'De kermis achterna' heet het boek. De schrijver ervan, Lauran Wijffels (1956), is een kermisgek. Hij is ontelbare keren de kermis achterna gereden. En vooruit ook. Van zijn zestiende tot zijn negentiende reisde hij tijdens de grote vakanties met kermisexploitanten mee. Eens stond hij midden in de nacht in de stromende regen een attractie af te breken, toen de baas aan hem vroeg: "Vind je het nu nog steeds zo leuk?" Nou nee, maar de nachtelijke stortbui was ook niet in staat om het kermisvuur in Lauran te blussen. Eind 1979 kwam hij bij het Tilburgse Het Nieuwsblad van het Zuiden in dienst en onmiddellijk trok hij de kermisverslaggeving naar zich toe. Later schreef hij onder meer in bladen als De Kermisgids en Euro-Kermis Magazine en publiceerde samen met Paul Spapens en Hennie van Oers een boek over de geschiedenis van de Tilburgse Kermis 'Veel vermaak en weinig wol'. Twee jaar geleden verscheen 'Draaiboek van een kermisgek', waarin hij op meer persoonlijke wijze over zijn kermistic vertelde. Het boek bleek een opstapje naar het 'De kermis achterna', een bont geschakeerd blader-, kijk- en leesboek, waarvoor Wijffels zijn boekenkast heeft omgetrokken, zijn bureauladen heeft omgekieperd en krantenarchieven heeft uitgevlooid. Van alle elementen die hij na jaren nog aansprekend genoeg vond, stelde hij een nieuw boek samen, lacunes vulde hij op door middel van nieuwe interviews en onderzoeksartikelen en tot slot plunderde hij de beeldarchieven van bevriende kermisfanaten en fotografen om zijn ultieme kermisboek van illustraties te voorzien. Het resultaat mag er wezen. Het boek is een caleidoscoop van bizarre schoonheid. 'De kermis achterna' is een grootformaat boek met 75 verschillende artikelen, verdeeld over vijf afdelingen van vijftien artikelen, verlucht met 275 zwart-wit- en kleurenillustraties. Het begint met een reeks interviewtjes met mensen die bij de kermis betrokken zijn of waren. Nico Rampen die van 1946 tot 1996 als kapitein verkleed in zijn bootjesmolen de flos boven de ronddraaidende kinderen liet dansen. Maurice Bodet, de peetvader van de Belgische foor. Of de te vroeg gestorven Piet Leander die al rond 1980 mega-attracties naar de Nederlandse kermissen haalde. Bizarre figuren De volgende vijftien artikelen gaan over tentoonstellingen die Lauran Wijffels bezocht. Daarin onder meer aandacht voor spiegelpaleizen, curiositeiten en exotische attracties, kermiscircussen en miniatuurkermissen. In dit hoofdstuk staan ook een aantal kermisschilderijen van Gerrit Sol afgedrukt. "Als kind was ik geboeid door randfiguren. Daarom ging ik graag naar de kermis," zegt hij. En: "Ik schilder graag dikke mensen. Die hebben mooie lijnen. En op die bolle vormen, daar valt het licht zo mooi op." U had er misschien niet zo snel aan gedacht, maar veel kermisliefhebbers zijn volslank. En getatoueerde figuren liepen er bij bosjes rond allang voor het een rage was. Een deel van dekermisgangers gaat niet om de attracties, maar om schaamteloos te voyeren.Bizarre types volop. Vroeger werden die zelfs in kijkzaken tentoongesteld,zoals de dikke dames Anna en Lotti die begin vorige eeuw grote vermaardheidgenoten. Het boek vervolgt met een serie van vijftien beschrijvingen vanattractieparken en de laatste vijftien artikelen gaan over boeken als'Fairground art', 'Das Oktoberfest' en 'Derwisjen, heiligen, kermissen'. Datlaatste boek werd geschreven door Niek Biegman, oud-ambassadeur vanNederland in Egypte. Een boek met prachtige foto's en wetenswaardigheden. Zoschetst hij bijvoorbeeld dat de microfoons op een Egyptische kermis worden uitgetest met de woorden: "Allaah, Allaah, itneen, talata, arbaa. Ofwel: God, twee, drie vier." Blijft over een serie van vijftien kermissen waarop Lauran Wijffels op verschillende plaatsen in het buitenland terecht kwam. In Honolulu was het alleen kermis in het weekeinde en mocht een blikje bier alleen met de bruine papieren winkelzak eromheen gedronken worden. Op Tenerife hossen schaars geklede vakantiegangers over het kermisterrein. Op Corsica gaat het Mariabeeld uit de kerk in processie mee naar de kermis. In Vietnam reden de de kinderen achter elkaar in minicars over een betonnen vloertje en stopten keurig als de exploitant op een fluitje blies. In India werd een kermisattractie aangedreven door twee mannen die erin liepen als een cavia in een loopmolentje. En in Uzbekistan konden kermisgangers zich laten fotograferen op een oude Indian motorfiets. Hoe arm en onbeholpen het door de omstandigheden ook moet, kermis vieren doen ze op de hele wereld. 'De kermis achterna' is een prachtig bladerboek om meerdere keren voor de dag te halen en hier en daar weer eens een stuk te lezen. Het is niet uitputtend, wil ook niet het laatste woord over de kermis spreken, maar brengt u wel in the mood om kermis te gaan vieren. De schrijver weet zijn liefde over te brengen. De weezoete kermisgeur valt vanelke pagina op te snuiven.

Jace van de Ven (Brabants Dagblad)

Bron : Lauran Wijffels en Hennie van Oers (afbeelding boek)